De Ark- Die Arche-The Ark | Eden Lifestyle Centre | Het Kervel
Home
De Ark
Kinderen
Jeugd
Landgoed Het Kervel
Accomodatie
Activiteiten
Eden Lifestyle Centre
Producten
Projecten
Contact

Jeugd

Welkom op onze jeugdsite! Hieronder kun je doorklikken naar het artikel wat jij     interessant vind.

    - Een goede partner komt niet zomaar aanwaaien
    - No more bananas
    - Het geheim van Jozef en Pièrre
    - Staat je hut in brand?
    - Een hele bijzondere vogel
    - Partnerkeuze - vlinders in je buik?
    - The thing to do?

Een goede partner komt niet zomaar aanwaaien Terug

John Blanchard stond van zijn bank op, maakte zijn legeruniform in orde en bekeek de mensenmassa’s die zich door het Grand Central Station bewogen. Hij zocht naar een meisje wier innerlijk hij kende, maar nog nooit had gezien, het meisje met de roos. Zijn interesse in haar begon 13 maanden eerder in een bibliotheek te Florida. Toen hij een boek uit de kast nam werd zijn nieuwsgierigheid gewekt, niet door de woorden uit het boek, maar door de notities die in de kantlijn waren gekrabbeld. Het zachte handschrift moest wel van een behoedzame persoon zijn met veel inzicht. Voorin het boek ontdekte hij de naam van de vorige bezitter: Miss Hollis Maynell. Met veel moeite en inspanning wist hij na lange tijd haar adres te vinden.
Ze woonde in New York City. Hij schreef haar een brief waarin hij zichzelf aan haar voorstelde en hij nodigde haar uit met hem te corresponderen. De volgende dag werd hij verscheept over zee om te dienen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gedurende het volgende jaar begonnen de twee elkaar te kennen via de post. Elke brief betekende voor beiden een groeiende toenadering. Een romance was aan het ontluiken. Blanchard vroeg om een foto, maar zij weigerde. Zij vond dat wanneer hij werkelijk om haar gaf het niet uitmaakte hoe ze eruit zag. Toen de dag eindelijk aanbrak om terug te keren vanuit Europa spraken zij hun eerste ontmoeting af. Zeven uur ’s avonds op het Grand Central Station in New York. “Je zult me wel herkennen,” schreef ze, “aan de rode roos die ik op mijn jas zal dragen.” Zodoende stond hij in het station te wachten op een meisje die hij liefhad, maar wiens gezicht hij nog nooit had gezien. Ik zal u Blanchard zelf laten vertellen wat er gebeurde: “Een slanke, jonge vrouw kwam naar mij toe, met golvend blond haar en sprekende blauwe ogen. Haar gezicht toonde een vriendelijke vastberadenheid en gekleed in een lichtgroen mantelpakje was ze als de vrolijke lente. Ik liep haar tegemoet, vergetend dat ze geen roos bij zich droeg. Er verscheen een kleine uitdagende glimlach op haar lippen. “Ga je met mij mee, zeeman?” zei ze zachtjes. Bijna ongecontroleerd deed ik een stap verder in haar richting en zag toen Hollis Maynell. Ze stond vrijwel direct achter het meisje. Een vrouw die de 40 gepasseerd was, met grijzend haar, weggestopt onder een versleten hoed. Ze had een meer dan forse omvang; haar dikke opgezette voeten puilden bijna uit haar lage schoenen. Het meisje in het groene pakje liep snel weg. Ik voelde mij verscheurd, zo hevig was mijn wens om haar te volgen, maar tegelijk was er een diep verlangen naar de vrouw waarmee ik een goed geestelijk contact had en die mij kracht gaf en mij ondersteund had. En daar stond zij voor me. Haar bleke, dikke gezicht was vriendelijk en gevoelig, haar grijze ogen hadden een warme en zachtaardige twinkeling. Ik aarzelde niet; mijn vingers pakten het kleine versleten blauwe lederen boek om mij bij haar bekend te maken. Dit zou geen liefde zijn, maar iets waardevols, iets dat misschien beter is dan liefde, een vriendschap waarvoor ik dankbaar was en altijd zal moeten zijn. Ik rechtte mijn schouders, salueerde en reikte haar het boek; terwijl ik sprak voelde ik mij verstikt door de bitterheid van mijn teleurstelling. “Ik ben luitenant John Blanchard en u moet Miss Maynell zijn. Ik ben zo blij dat u mij kon ontmoeten; mag ik u uitnodigen voor het diner?” Het gezicht van de vrouw verbreedde zich in een toegeeflijke glimlach. “Ik weet niet wat dit alles te betekenen heeft, jongen,” antwoordde zij, “maar de jonge dame in de groene mantel die zojuist voorbij liep, smeekte mij om deze rode roos op mijn jas te dragen. En ze zei dat als jij mij uit zou vragen voor ’t diner, dat ik dan mee zou moeten gaan en je vertellen dat zij op je wacht in het grote restaurant aan de overzijde van de straat. Ze zei dat het een soort test was!” Het is niet moeilijk om Miss Maynell’s wijsheid te begrijpen en te bewonderen. De ware natuur van het hart wordt gezien in zijn reaktie op het onaantrekkelijke. “Vertel mij wie je liefhebt,” schreef Houssaye, “en ik zal vertellen wie u bent.”
John Davis, directeur van Orion Publishing, Californië, USA.

No more bananas Terug

Het verhaal begint toen ik 14 jaar oud was. Ik ben niet opgegroeid in een echt christelijk gezin, mijn vader ging alleen met de kerst en met de pasen naar de kerk en mijn moeder was spiritiste. Net als vele jonge mensen in die tijd, was ik in de ban van de rock muziek.
Ik volgde de rocksterren als de helden van mijn leven. Jimmy Hendrixs, de Beatles en Frank Zappa waren mijn favorieten. Ik kleedde me net zoals zij. Ik deed net zoals zij. En één ding wat zij deden en waarover zij zongen was het gebruik van drugs. Op zekere dag kocht ik cannabis op een rock festival. Eerst wist ik niet eens hoe je dat goedje moest gebruiken; dat moest iemand me nog leren.
Vanaf die dag nam ik elke dag cannabis, een begin van veertien lange jaren van verslaving. Ook krijg je het niet gratis, al mijn zakgeld ging eraan op. Toen ik op mezelf ging wonen ging ook het geld van de huur, van voedsel en andere noodzakelijke dingen eraan. Ik moest een andere oplossing gaan zoeken. “Waarom niet gewoon gaan werken,” hoor ik je al zeggen. Maar als je al je tijd spendeert om drugs te nemen, ben je niet bepaald in een goede conditie om te gaan werken en bovendien studeerde ik nog.
Op een dag had ik vreselijke honger en besloot eenvoudigweg eten te stelen uit de supermarkt. Ik ging ook stelen in opdracht van anderen, die me betaalden met geld of drugs. Dat ging goed, totdat ik enige blauwhelmen voor mijn deur had die me inrekenden. Die keer lieten ze me weer gauw vrij. Ik begon cannabis door te verkopen. Dit leverde goed geld op. Met vrienden hadden we afgesproken dat we geen heroïne of cocaïne zouden nemen. Maar op een dag kwam mijn beste vriend met “schokkend nieuws.” Hij vertelde dat hij heroïne had genomen en dat dit het beste was dat hij ooit had gehad. Voor mij was het een probleem. Want hij wilde dat ik het ook eens probeerde en dat kon ik niet weerstaan. Toen nam ik dus ook heroïne. Dit was op een vrijdagavond en inderdaad was het een geweldige ervaring. Zaterdagavond probeerde ik het nog eens, want je wil die eerste ervaring nog eens beleven, maar het was minder dan de eerste keer en zondag was het weer minder dan zaterdag. Ik had me voorgenomen enkel in de weekenden heroïne te nemen, want natuurlijk was ik “verstandig” genoeg om het zelf in de hand te houden, maar al gauw plakte ik de maandag erbij; eerst een klein beetje om me “normaal” te blijven voelen. Maar het is gevaarlijk om er zo mee te spelen. Je beseft niet dat je de controle erover kwijtraakt en op een zeker moment heeft het je compleet te pakken. En al gauw werd het de hele week. De heroïne raakte snel op en ik maakte mij wijs dat dat niet zo erg was. Ik was immers niet verslaafd?!
Een dag ging voorbij, en toen begon ik anderen te bellen of zij nog heroïne hadden. Ik was alleen maar geïnteresseerd, zei ik. Cannabis hielp niet meer. Op een gegeven moment kon ik niet meer slapen en sprong uit mijn bed, belde mensen op en zei: “Ik weet dat jullie heroïne hebben, geef me alsjeblieft een klein beetje, ik wil wel dubbel betalen, stelen, wat dan ook.” Op dat moment begon ik me te beseffen dat ik echt een probleem had. Het is moeilijk uit te leggen hoe een verslaving werkt, als je het niet meegemaakt hebt. Maar ik zal proberen het duidelijk te maken. Stel je voor dat je op een pad door de jungle loopt. Opeens springt er een klein, leuk aapje op je schouder. Wat een lief beestje! Het aapje lust graag bananen en dus geef je hem een banaan. Als de banaan op is, trekt hij zachtjes aan je oorlel, “geef me nog eens een banaantje.” Oh, wat leuk, wat een liefaapje hè? Maar daarna trekt hij aan je haar “geef me nog een banaantje,” dus geef je hem er nog één. Dat gaat een tijdje zo door en het aapje groeit en groeit tot op het moment dat hij je in je nek krabt en zegt: “Geef me nog een banaan.” Je wrijft met je hand op die pijnlijke plek in je nek en je ziet dat je bloed aan je handen hebt.
Vanaf nu weet je, dat wat die aap ook zal doen het pijn zal doen. Je geeft hem dus een banaan voordat hij erom vraagt. Opgelost toch?! De aap groeit en wordt groter en al voerend loop je verder door de jungle. Je weet dat je constant moet zorgen voor bananen, anders bijt hij je hoofd er nog af. Nu wordt al je tijd opgeslokt om voor die aap te zorgen.
Alles gaat nog redelijk goed, totdat ….. oei de bananen raken op. Maar, no problem, iets verderop in de jungle staat weer een bananenboom, daar ga je dus heen.

Het aapje is intussen een grote, gevaarlijke aap geworden en je hebt nergens anders meer tijd voor dan te zorgen dat hij zijn bananen op tijd krijgt. Steunend en kreunend ga je nog verder totdat er een dag komt, dat er ergens in de jungle jouw dode body ligt waar een grote gorilla bovenop staat te stampen. Daarna pakt hij het lichaam op, schudt het heen en weer en gromt: “Geef me nog een banaan.”!!!

Ik huilde als een baby om die aap van mijn nek te krijgen, maar wat ik ook probeerde, steeds kwam hij weer terug. Ik wilde er wel vanaf, maar ik kon het niet. Ik wist dat er iets dramatisch moest gebeuren om deze cyclus te doorbreken. Wij handelden intussen internationaal met drugs. Op zekere morgen klopten er mensen aan de deur: het was Scotland Yard. Alles werd in beslag genomen en ik werd gearresteerd. Ze hadden me te pakken. Ik zou minstens een paar jaar achter de tralies terecht komen en het vooruitzicht van de rechtszaak zag ik erg somber tegemoet. Maar er gebeurde iets vreemds. De rechercheurs die me gearresteerd hadden kwamen niet opdagen. Een politieagent vroeg mij: “Wat ga je tegen de rechter zeggen? Dat je schuldig bent of onschuldig?” Ik zei: “Schuldig, ze weten toch alles van mij.” De zaak kwam voor en mijn advocaat verdedigde mij totaal niet en zei tegen de rechter: “U kunt hem geen clementie meer geven en een geldboete helpt niet, want hij heeft niets.” Dus alleen gevangenisstraf bleef over.
Toen stond de politieagent, die met mij gesproken had, op en begon te vertellen wat een aardige jongeman ik was, dat ik binnen zo’n groep vrienden zat en nu was het toevallig mijn beurt geweest; ik moest nog een kans krijgen.
Tot mijn grote verbazing kreeg ik enkel twee jaar voorwaardelijk en liep ik vrij de rechtszaal uit. Ik had met vrienden afgesproken dat ze mij drugs in de gevangenis zouden brengen, maar nu was dat alles niet nodig. Toen ik thuis kwam, kreeg ik een telefoontje van iemand die zei dat hij drugs besteld had en hij bedreigde mij zelfs met geweld. Maar ik zei tegen hem: “Ik ken u, u bent van de politie.” Dat gaf hij openhartig toe en hij waarschuwde mij dat ze mij stevig in de gaten hielden. Ik moest dus werk zien te vinden. Maar je vindt niet makkelijk advertenties waarin staat: “Gezocht: ex-drugsdealer om geld te verdienen.” Maar ik moest toch leven. Dus pakte ik alles aan wat ik kon krijgen: afwassen, vegen, toiletten poetsen en ik werkte zelfs een tijd in een mortuarium. Toen kwam er een soort wending. Ik werkte intussen in een kantoor en at in de kantine toen een jongeman mij vroeg of ik die avond iets gepland had. Dat had ik dus niet. Hij ook niet en we spraken in ieder geval af voor na het werk om “samen niets te doen.” ’s Avonds stelde ik voor om een biertje te drinken. Maar mijn nieuwe vriend zei: “Nee dank je, ik drink niet.” “Zullen we dan naar de disco gaan en dansen?” “Nee,” zei mijn vriend, “ik dans niet.” “Wil je dan een sigaret?” En ik tastte in mijn zak en haalde een sigaret tevoorschijn. “Nee, ik rook niet,” zei mijn vriend. “Wil je dan misschien drugs?” Nee, dank je.” Toen zei ik: Hé, wacht eens even, je drinkt niet, je gaat niet naar de disco, je rookt niet, wat doe je dan eigenlijk wel?” “Ik ben een christen,” zei hij, “ik ga naar de kerk.” “Oh nee,” zei ik, “daar weet ik alles van en ik wil er niks mee te maken hebben. Dat zijn allemaal hypocrieten.” “Ken je de mensen dan, die naar mijn kerk gaan?” vroeg mijn vriend. “Nee,” zei ik, “maar dat weet ik gewoon.” “Misschien ben jij wel de hypocriet?” “Ikke, waarom ben ik nou een hypocriet?” “Nou,” zei hij, “jij hebt die mensen nog niet eens gezien, maar je beschuldigt hen wel. Waarom ga je niet mee en bewijs je het?” Ik was niet echt van plan hierop in te gaan, maar hij nodigde mij ook uit om na de dienst bij hun te komen eten. Dit sprak mij wel heel erg aan, want ik huurde één kamertje en had geen kookgelegenheid. Toen zei ik: “Dan zien we elkaar zondagmorgen.” “Nee,” zei mijn vriend, “niet op zondag maar op zaterdag.” Ik lachte, wat een vreemde christenen zeg, die weten niet eens op welke dag zij naar de kerk moeten gaan. In die tijd zag ik eruit als een hippie – haar zo lang, dat ik erop kon zitten, een volle baard, oorringen, kettingen, armbanden en al dat soort stuff. Die zaterdagmorgen kwam ik stoer de kerk binnenstappen en ik keek naar alle mensen en alle mensen keken naar mij en ik voelde mezelf zitten. De preek vond ik heel saai en ik zat te wachten tot het afgelopen was. Na afloop vroeg mijn vriend “En, heb je de hypocrieten gezien?” “Nou,” zei ik, “niet precies, maar ze waren er wel.” “Kom laat ons maar naar huis gaan en eten,” stelde hij voor. Ik had nog nooit zo’n rijk gedekte tafel gezien. “Eten jullie altijd zo?” vroeg ik. “Nee,” zei mijn vriend, “alleen vandaag want het is Gods speciale dag.” Dat was mij om het even, maar het eten was heerlijk. Na het eten vroeg mijn vriend of ik zin had om vrijdagavond ook te komen eten. Dat was niet aan dovemansoren gezegd en ik kwam precies op tijd. “Welkom,” zei mijn vriend, “je bent precies op tijd voor de Bijbelstudie.” Ik slikte even, maar met het idee van de maaltijd, “verdroeg” ik de rest. Ik werd ook uitgenodigd voor de week daarna, maar ik besloot iets later te gaan. “Ben ik nog op tijd?” vroeg ik, in de hoop dat ik de Bijbelstudie gemist had. “Je bent precies op tijd……. voor Bijbelstudie,” zei mijn vriend. Oh “heerlijk” dacht ik. En zo gebeurde het enige weken, dat ik iedere keer later kwam dan de vorige keer maar steeds “net op tijd” was voor de Bijbelstudie en ik kreeg een Bijbel. Ik was ook niet gek, ze wilden me bekeren tot het christendom, maar ik was boeddhist. De Bijbel was voor mij een verhalenboek en ik nam me voor om hen de dwalingen ervan te laten zien. Bij de volgende Bijbelstudie had ik mijn argumenten al klaarliggen. Maar zij leggen alles één voor één uit. Nog steeds probeerde ik dwalingen te vinden en dus nam ik de Bijbel overal mee naar toe en las er iedere vrije minuut in. Op een dag zat ik in een pub en had een biertje besteld. Net toen ik wilde drinken, viel mijn oog op een tekst uit het Nieuwe Testament. Er stond: “Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, of zich aan de ene hechten en de ander minachten; gij kunt niet God dienen en Mammon.” Ik had de Bijbel in de ene hand en het bier in de ander. Er ontstond een tweestrijd in mijzelf over wat ik zou kiezen, want ik voelde dat dit niet goed samenging. Maar ik sloeg de Bijbel dicht en dronk het bier. Maar het liet me niet meer met rust. Het was alsof Iemand mij door dit Boek iets wilde zeggen. Vanaf dat moment begon ik meer te studeren i.p.v. te proberen dwalingen te vinden. Eén tekst pakte mij bijzonder. Johannes 3:16 “Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar het eeuwige leven hebbe.” Ik keek naar mijn leven. Ik nam de hele dag door drugs. Mijn leven werd er volkomen door beheerst. Mijn leven? Was het wel mijn leven? Wat voor leven was het eigenlijk? Mijn vrienden zaten in gevangenissen, lagen in ziekenhuizen of waren al gestorven aan de drugs en hier was Christus die me eeuwig leven aanbood. Was het het waard om het te proberen met het christendom? Om eerlijk te zijn, ik had alles geprobeerd, boeddhisme, spiritisme, occultisme, New Age, drugs, alcohol, niets werkte. Aan de andere kant, als het niet zou werken, had ik ook niets verloren. Ik moest een beslissing nemen. En zo overlegde ik met mijzelf. Tenslotte ging ik op mijn knieën en sprak een heel eenvoudig gebed uit: “God, als U er echt bent en deze macht hebt, bewijs het dan in mijn leven en neem deze verslaving van mij weg.” Ik nam de stap. Ik stopte met de drugs maar verwachtte weer die nare pijn en slapeloze nachten, die met het stoppen van deze killers samengaan. De eerste 24 uur had ik geen probleem. Ook de tweede dag ging voorbij, de eerste week, de eerste maand en deze pijn kwam nooit meer terug. Ik was weer vrij!! Het einde van deze jarenlange kwelling was gekomen! Toen ik deze Kracht in mijn leven ervaren had, gaf ik mijzelf over aan Hem die dat voor mij deed. Iedere dag prijs ik Hem nog voor dit wonder. Maar Hij kan het in ieders leven doen, ook in het jouwe. Geen ding is voor Hem te moeilijk of te groot.
Terug

Het geheim van Jozef en Pièrre Terug

We denken vaak over vriendschap als een menselijke relatie. Het volgende verhaal over Pièrre en zijn paard is een voorbeeld van vriendschap tussen mens en dier. Het gebeurde in Montreal, (Canada), een grote stad met smalle straten. Zoals bijv. de Prins dwardstraat die maar vier blokken lang was en doodlopend eindigde. Niemand kende de Prins Edward straat zo goed als Pièrre Dupin, want Pièrre leverde al dertig jaar melk af bij de families in die straat.
Gedurende de laatste vijftien jaar trok Jozef, een groot wit paard, de melkwagen van Pièrre. Toen dit paard voor het eerst naar de Provinciale Melkfabriek kwam had hij nog geen naam. Pièrre aaide over de zachte paardenek en keek hem eens recht in de ogen. “Dit is een vriendelijk en trouw paard” zei Pièrre, “en uit zijn ogen straalt een goed karakter. Ik noem hem Jozef.” Binnen een jaar kende Jozef de melkroute net zo goed als Pièrre. Pièrre schepte er een beetje over op dat hij nooit de teugels nodig had.
Elke morgen om 5 uur als Pièrre aankwam bij de stallen van de fabriek werd de wagen geladen en Jozef ervoor gespannen. Pièrre riep dan “Goedemorgen, oude vriend” als hij op de kar klom en Jozef draaide dan zijn hoofd om en anderen zeiden dan dat het paard naar Pièrre lachte. Jacques, de chef, zei dan, “oké, Pièrre, ga maar,” en Pièrre zei dan zachtjes tegen Jozef “voorwaarts mijn vriend” en deze uitstekende combinatie stapte dan trots door de straten.
Jozef ging, zonder dat Pièrre iets hoefde te doen naar de Catherinelaan. Na drie blokken, rechts de Rozelaan in, waarna hij na twee blokken links de Prins Edwardstraat indraaide. Het paard stopte bij het eerste huis, wachtte dan even totdat Pièrre afgestapt was en een fles melk voor de voordeur had gezet en ging dan weer verder, sloeg twee huizen over en
stopte bij de derde. Zo ging hij de hele straat door. Aan het eind van de straat draaide Jozef zelf om en liep langs de andere kant van de straat weer terug. Ja, Jozef was een intelligent paard. Pièrre zei trots bij Jozef’s vakkundigheid “ik raak de teugels nooit aan. Hij weet precies waar hij moet stoppen. Een blinde zou nog mijn route kunnen doen met Jozef voor de wagen.” Zo ging het jaren door. Pièrre en Jozef werden samen oud. En geleidelijk aan, werd Pièrre’s grote walrussnor helemaal wit en trok Jozef zijn knieën ook niet meer zo hoog op en hief ook zijn hoofd minder vaak op. Jacques, merkte niet op dat ze samen zo oud werden, totdat Pièrre op een morgen aankwam met een wandelstok. “Hé, Pièrre,” lachte Jacques, “misschien heb je jicht, hè?” “Ja Jacques,” zei Pièrre een beetje onzeker. “We worden ouder en de benen wat stroever.” “Je moet het paard leren om de melk naar de voordeur te dragen voor je,” grapte Jacques. “Al het andere doet hij al.” Pièrre kende elke familie waar hij melk afleverde. Iedereen wist dat Pièrre niet kon lezen of schrijven.
Dus een briefje achterlaten als er nog extra flessen melk nodig waren kon dus niet. Zodra
de mensen het dreunen van de wagenwielen over de straatkeien hoorden, riepen ze uit het raam of kwamen naar buiten om het aan Pièrre door te geven. “Wilt u morgen nog een extra fles melk meenemen, Pièrre?” “Dus jullie hebben bezoek voor het avondeten,” zou hij opgewekt terugroepen.
Pièrre had een opmerkelijk goed geheugen. Als hij bij de stal terugkwam kon hij Jacques precies vertellen wat iedereen nodig had, “Familie Paquins hebben een extra fles melk
genomen vanmorgen; familie Lemoines heeft een bakje room gekocht.” Jacques noteerde deze dingen in een klein boekje die hij altijd bij zich droeg. De meeste melkbezorgers moesten zelf de wekelijkse rekeningen maken en het geld ophalen, maar Jacques, die Pièrre graag mocht, had hem vrijgesteld van deze taak. Pièrre hoefde alleen te zorgen dat hij er ’s morgens op tijd was om de melk rond te brengen. Enige uren later kwam hij dan terug, riep een opgewekt, “goedendag,” naar Jacques en slofte de straat af.
Op zekere morgen inspecteerde de directeur van de fabriek de wagens in de vroege morgen. Jacques wees hem op Pièrre en zei: “Kijk eens hoe hij tegen dat paard praat. Ziet u hoe dat paard luistert en zijn hoofd naar Pièrre draait? Ziet u die blik in het paard zijn ogen? Weet u, volgens mij delen die twee een geheim. Ik heb het vaak opgemerkt. Het is net alsof ze samen naar ons grinniken als ze op weg gaan. Pièrre is een goede man, mijnheer, maar hij wordt oud. Is het onredelijk van mij om voor te stellen dat hij mag stoppen en we hem een klein pensioen geven?” vroeg hij bezorgd. “Maar natuurlijk,” lachte de directeur. “Ik ken zijn werk. Hij heeft nu 30 jaar deze route gedaan en nog nooit was er enige klacht. Zeg hem maar dat hij met pensioen kan gaan. Zijn salaris zal gewoon doorbetaald worden.”
Maar Pièrre wilde niet met pensioen gaan. Hij kon de gedachte niet verdragen dat hij niet meer elke dag met Jozef zou rijden. “Wij zijn twee oude vrienden,” zei hij tegen Jacques. “Laat ons samen slijten. Als Jozef niet meer kan zal ik ook stoppen.” Jacques, die een vriendelijke man was, begreep het. Er was iets met Pièrre en Jozef wat een man teder deed lachen. Het was alsof ieder wat verborgen kracht uit de ander putte. Als Pièrre op de wagen zat met Jozef ervoor, leken beiden niet oud. Maar als ze hun werk af hadden en Pièrre stroef van de wagen klom en langzaam de straat af slofte, leek hij werkelijk heel oud en het paard liet zijn hoofd hangen en liep vermoeid terug naar zijn stal.
Op een morgen had Jacques vreselijk nieuws voor Pièrre toen hij aankwam. Het was een koude morgen en nog pikdonker. De lucht was net ijzig koud die morgen en de sneeuw, die gevallen was gedurende de nacht glinsterde als een miljoen diamanten bij elkaar. Jacques zei, “Pièrre, je paard, Jozef is niet wakker geworden vanmorgen. Hij was heel oud, Pièrre. Hij was 25 en dat is net zo oud als bij de mens 75.” “Ja,” zei Pièrre langzaam, “ik ben ook 75. En ik kan Jozef niet meer zien.” “Natuurlijk wel” verzachtte Jacques. “Hij is in zijn stal, en ziet er heel vredig uit. Ga maar naar hem toe.” Pièrre deed een stap vooruit. “Nee… nee…. Je begrijpt het niet, Jacques.” Jacques klopte hem op zijn schouder. We zullen wel een ander paard vinden net zo goed als Jozef. In een maand kun je hem net zo goed dezelfde route leren als Jozef. We zullen…. “ De blik in Pièrre’s ogen deed hem zwijgen. Jarenlang had Pièrre een zware pet op, de klep laag over zijn ogen getrokken, als bescherming tegen de bittere morgenwind. Nu keek Jacques in Pièrre’s ogen en zag iets wat hem diep trof.
Hij zag daarin een wazige, levenloze blik. Die ogen weerspiegelden zijn smart. Het was alsof zijn hart en ziel gestorven waren. “Neem vandaag vrij, Pièrre,” zei Jacques, maar Pièrre strompelde al de straat af en was er iemand in de buurt geweest, dan had men tranen over zijn wangen zien stromen en half onderdrukt snikken gehoord.
Pièrre liep naar de hoek en liep de straat in. Er was een waarschuwende schreeuw van iemand en een grote vrachtwagen die met een behoorlijke snelheid aankwam remde uit alle macht, maar ogenschijnlijk hoorde Pièrre het geen van beiden. Vijf minuten later zei de bestuurder van een ambulance, “Hij is dood, op slag gedood.”
Jacques en verschillende andere melkbezorgers keken neer op zijn stille gestalte. “Ik kon het niet helpen, “ zei de bestuurder van de vrachtwagen; “hij stak gewoon over. Hij zag het helemaal niet, denk ik. Hij liep door alsof hij blind was.” De dokter van de ambulance boog zich over hem heen. “Blind? Natuurlijk was hij blind. Kijk maar naar zijn ogen Zie je die grauwe staar? Deze man is zeker al vijf jaar blind geweest.” Hij wendde zich tot Jacques. “U zegt dat hij voor u gewerkt heeft? Wist u niet dat hij blind was?” “Nee… nee…” zei Jacques zacht. “Niemand van ons wist dat. Er was er maar één die het wist – een vriend van hem, Jozef… Het was een geheim, ik denk alleen tussen die twee.”
“De intelligentie die menig stom dier vertoont, nadert zo dicht de menselijke intelligentie, dat het een mysterie is. Dieren zien en horen, beminnen, vrezen en lijden. Zij gebruiken hun organen zorgvuldiger dan vele mensen de hunne doen. Zij tonen medegevoel en tederheid voor hun soortgenoten in lijden. Menig dier toont een aanhankelijkheid voor hun verzorgers, die ver uitstijgt boven de genegenheden die door sommige mensen getoond worden. Zij vormen banden met de mens die niet verbroken kunnen worden zonder dat dit bij hen groot lijden veroorzaakt.” De Weg tot Gezondheid, blz. 263.

Staat je hut in brand? Terug

De enige overlevende van een schipbreuk kwam op een klein, onbewoond eiland terecht. Hij bad koortsachtig tot God om hem te redden en iedere dag speurde hij de horizon af naar hulp, maar zonder resultaat. Hij was totaal uitgeput. Met veel moeite kreeg hij het uiteindelijk voor elkaar om een kleine hut te bouwen van het aangespoelde hout, om zich tegen de elementen te beschermen en waarin hij weinige bezittingen kon opbergen. Maar op een dag, nadat hij bij’t vuil gezocht had naar voedsel, zag hij bij zijn thuiskomst zijn hut in vlammen opgaan en grote rookwolken stegen op in de blauwe lucht. Het ergste was gebeurd; alles was verloren. Hij was bedwelmd door smart en boosheid. “God, hoe heeft U mij dit kunnen aandoen!” riep hij uit. Hoe dan ook, de volgende morgen vroeg, werd hij gewekt door het geluid van een schip dat het eiland naderde. Het was gekomen om hem te redden. “Hoe wist u dat ik hier was?” vroeg de vermoeide man zijn redders. “We zagen uw rooksignaal,” antwoordden ze. Het is gemakkelijk om ontmoedigd te worden wanneer dingen slecht gaan. Maar we moeten de moed niet verliezen, want God werkt in onze levens, zelfs temidden van pijn en lijden. Onthoudt, de volgende keer wanneer je kleine hut tot de grond toe afbrandt, dat het misschien wel een rooksignaal is van Gods genade. Voor alle negatieve dingen die wij tegen onszelf zeggen, heeft God een positief antwoord:
Wij zeggen: “Het is onmogelijk.”
God zegt: “Alle dingen zijn mogelijk.” (Mattheüs 19:26)
Wij zeggen: “Ik ben te moe.”
God zegt: “Ik zal je rust geven.” (Mattheüs 11:28-30)
Wij zeggen: “Niemand houdt echt van mij.”
God zegt: “Ik hou van jou.” (Johannes 3:16 en 13:34)
Wij zeggen: “Ik kan niet meer verder.”
God zegt: “Mijn genade is je genoeg.” (2 Korinthiërs 12:9, Psalm 91:15)
Wij zeggen: “Ik kan het niet.”
God zegt: “Alles kan.” (Filippenzen 4:13)
Wij zeggen: “Ik ben er niet toe in staat.”
God zegt: “Ik ben bij machte.”(2 Korinthiërs 9:8)
Wij zeggen: “Het is het niet waard.”
God zegt: “Ik doe alles medewerken ten goede.” (Romeinen 8:28)
Wij zeggen: “Ik kan mezelf niet vergeven.”
God zegt: “Ik vergeef je.” (1 Johannes 1:9)
Wij zeggen: “Ik kan het niet aan.”
God zegt: “Ik zal in al je behoeften rijkelijk voorzien.” (Filippenzen 4:19)
Wij zeggen: “Ik ben altijd bezorgd en gefrustreerd.”
God zegt: “Werp al je bekommernissen op Mij.” (1 Petrus 5:7)
Wij zeggen: “Ik heb geen geloof.”
God zegt: “Ik heb een ieder voor zich een mate van geloof gegeven.” (Romeinen 12:3)
Wij zeggen: “Het ontbreekt mij aan verstand.”
God zegt: “Ik zal je wijsheid geven.” (Spreuken 2:6)
Wij zeggen: “Ik voel me eenzaam.”
God zegt: “Ik zal je niet begeven en je niet verlaten.” (Hebreeën 13:5)

 

Een hele bijzondere vogel Terug

Trrrrr..... Wat is dat? O, het is een specht. Tegenwoordig zijn er bijna 200 soorten spechten in de wereld. Als je een specht tegenkomt zie je ze meestal spiraalsgewijs omhoog gaan tegen boomstammen op zoek naar insecten. Het zijn erg hongerige vogels! Maar dat is niet zo verwonderlijk, want zij verbruiken veel energie. De zwarte specht, uit Noord-Amerika kan 900 larven van kevers of torren eten per gelegenheid, terwijl de groenkoppige specht bijna 2000 insecten per dag op kan. Deze schijnbare onverzadigbare eetlust van de specht heeft echter een hele positieve kant. Het aantal insecten wordt begrensd en de verspreiding van boomziekten, wordt daardoor beperkt. De specht pikt (timmert) tegen de boomstam en boort een gat in de bast om insecten te zoeken. Het is interessant te weten dat de specht in het hout timmert met een snelheid van 15 á 16 keer per seconde! Stel je zo'n snelheid eens voor! Dit betekent dat zijn snavel de boomstam raakt met een snelheid bijna 2x zo snel als van een machinepistool. Zo heeft de kop van deze vogel een snelheid van ca. 2x zo snel als een kogel. Kun je nagaan wat een "geweld" er los komt bij het timmeren. Telkens wanneer hij pikt wordt z'n kop met een schok tot stilstand gebracht, waardoor een druk ontstaat gelijk aan 1000x de zwaartekracht. Dit is meer dan 250x de kracht als waaraan een astronaut onderworpen wordt bij het opstijgen van een raket. Hoe is de specht dan in staat om zulke krachten te weerstaan? Wat zorgt er voor dat hij zijn hersenen er niet uit timmert als z'n kop tot een plotselinge stilstand wordt gebracht? De specht overleeft dit bonken met z'n kop en deze uitzonderlijke krachten, omdat God in Zijn wijsheid voorzieningen trof voor z'n kop, z'n snavel en z'n nek. De hersenpan is zorgvuldig versterkt met bot zodat de kop niet in stukken breekt als hij de boom raakt. Bij de meeste vogels zijn de botten van de snavel verbonden met de botten van de schedel (dat gedeelte van de hersenpan dat de hersenen omgeeft), maar bij spechten is dit niet het geval. In plaats daarvan zijn de snavel en schedel gescheiden door een sponsachtige laag, waardoor de schokken geabsorbeerd worden. Deze schokbrekers zijn zó goed dat wetenschappers hebben gezegd dat zij veel beter zijn dan welke schokbrekers ook, die ooit door mensen zijn uitgevonden. Maar er is nog iets waardoor zijn hersenen beschermd worden. Als de specht de boomstam raakt met zijn snavel, worden zijn hersenen bij z'n snavel weggetrokken door speciale spieren. Zo blijven zij perfect in tact. Dan heb je zijn bijzonder gecoördineerde nekspieren, die ervoor zorgen dat de specht zijn kop volkomen recht houdt tijdens het timmeren. Zelfs de kleinste kanteling van z'n kop zou al fataal zijn en resulteren in stukgeslagen hersenen. Met al deze voorzorgsmaatregelen kan de specht deze enorme schokken weerstaan jaar in jaar uit, vele duizenden keren per dag. Spechten staan bekend om 't timmeren op boomstammen en hebben dan ook een buitengewone snavel die veel sterker is dan bij andere vogels. Deze hardheid voorkomt dat zijn snavel in elkaar schuift als een accordeon wanneer hij de boom raakt onder zulk geweld en de beitelvorm van de snavel zorgt ervoor dat hij gemakkelijker in het hout kan doordringen. Het zaagsel dat daarbij vrijkomt komt niet in zijn neusgaten, doordat deze peervormig zijn en bedekt met fijndradige veertjes. Nog een aspect van deze bijzondere vogel is zijn vermogen om verticaal te klimmen en deze positie te behouden tijdens het timmeren. Waardoor wordt dit mogelijk? Zij hebben daarvoor 2 tenen die naar achteren wijzen en met hun sterke pezen en beenspieren, scherpe klauwen en stijve staartpennen, kan hij tijdens zijn werk omhoog klimmen.

Bovendien willen we iets vertellen over zijn unieke tong. Wist je dat spechten een hele lange tong hebben? Deze gebruikt hij om insecten te vangen, nadat hij door de bast heen is en een gat heeft geboord in het hout. Speciale klieren scheiden een kleverige substantie af, waardoor insecten en larven aan zijn tong blijven plakken, zoals vliegen aan het plakkerige vliegenpapier! Maar als de spect zijn tong nu niet gebruikt, waar moet hij deze dan opbergen? Zijn tong is veel te lang om hem op te rollen en in z'n snavel te houden. Daarom zit de tong verankerd in zijn rechter neusgat. Vandaar splitst zijn tong zich in 2 helften. Beide helften komen elk aan een kant om de schedel onder de huid te liggen en komen weer samen voordat zij de snavel binnengaan via een gaatje onderin de snavel.

Een prachtig staaltje scheppingswerk! Het is ook duidelijk dat al deze noodzakelijke eigenschappen van de specht er niet door toeval kunnen zijn ontstaan. Zonder zijn speciale hersenbeveiliging zou hij niet kunnen bestaan. Zonder zijn bijzondere tong kon hij niet aan voedsel komen. Om van de schokbrekers maar te zwijgen. Bij gewoon pikken is geen schokbreker nodig. Speciale spieren houden zijn hersens op zijn plaats. Dit alles spreekt van een meesterontwerp. De specht is één van de zovele bewijzen dat we een grote Schepper hebben. "Niemand heeft ooit God gezien," zegt de Bijbel (Johannes 1:18). "Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien." (Romeinen 1:20). De aarde, de zee, de luchten, de dieren, de vogels, het plantenrijk en het functioneren van het menselijk lichaam en alle andere dingen geven ons ontelbare bewijzen van orde, schoonheid, accuratesse en precisie, aanpassingsvermogen en vernuft. Er zijn steeds meer wetenschappers die erkennen dat dit niet kon ontstaan door een langzame evolutie, maar dat dit alles duidelijk een ontwerp ten grondslag heeft en dus ook een Ontwerper. De profeet Jesaja verwoordde het zo: "Zo zegt de Here, uw Verlosser, en uw Formeerder van de moederschoot aan: Ik ben de Here, die alles gemaakt heb; die de hemel heb uitgespannen, Ik alleen; die de aarde uitgebreid heb door eigen kracht." (Jesaja 44:24).

Een partner voor het leven Terug

Vrijgezellen vragen vaak: Hoe krijg ik het meisje of die jongen met mij in het bootje waar ik van hou? Getrouwde mensen vragen soms: Hoe kan ik houden van de persoon waar ik mee getrouwd ben? De enige vraag is niet om de juiste persoon te vinden, maar om de juiste persoon te zijn. Ben ik wel de juiste persoon, die de ander gelukkig kan maken? Het huwelijk is één van de instellingen die rechtstreeks uit het paradijs komt. De Here God sloot dit eerste huwelijk. (Genesis 2:22-24). "Wanneer de goddelijke beginselen in deze relatie erkend en gehoorzaamd worden, is het huwelijk een zegen; het bewaakt de reinheid en het geluk van het mensdom, het voorziet in de sociale behoeften van de mens, het verheft de fysieke, de intellectuele en de morele natuur."
Hetzelfde woord "liefde", een wereld van verschil Gloria vertelde haar moeder dat ze die avond bij een vriend zou blijven slapen. Haar moeder probeerde haar er nog van te overtuigen, dat dit in het huwelijk thuishoorde. Maar zij vond dat dat moest kunnen. Joop was toch haar "grote liefde"?! Vier jaar later zei Joop tegen een vriend: "Natasja is werkelijk fantastisch!" Ik moest aan Gloria denken. Na haar had Joop zeker nog 4 vriendinnen gehad. Liefde? Huh!
Eric en Gonnie besloten dat hun relatie vrij zou blijven van lichamelijk contact tot dat ze getrouwd zouden zijn. "Het was een manier om onze liefde te laten zien. De eerste kus was het allermooiste wat ik ooit heb meegemaakt," vertelde Eric. Twee koppels die hetzelfde woord "liefde" gebruikten om uit te leggen wat hen motiveerde om te handelen in tegenovergestelde richting. Bij de één was "liefde" ongeduldig en zorgde het voor compromissen, bij de ander voedde liefde eerlijkheid, oprechtheid en geduld.

Samen uitgaan
1. Uitgaan leidt vaak tot intimiteit, zonder te denken aan een levenslange relatie.
Het is net als wanneer je een berg beklimt met een partner die niet zeker weet of die je touw wel wil vasthouden. Zoiets is gewoon gevaarlijk. Ze gaan uit om zo van elkaar te genieten, zonder dat ze enige verantwoordelijkheid hoeven te dragen.

2. Uitgaan leidt tot het overslaan van het niveau "vriendschap" in een relatie.
"Hij vroeg me om uit te gaan, maar ik ben alleen bang dat 't onze vriendschap zal veranderen." Silvia wist dat er met uitgaan meer van haar verwacht werd, dan wat zij bedoelde met echte vriendschap en ze wist daar niet goed raad mee.

3. Uitgaan wordt vaak verwisseld met liefde.
Gert en Lisanne "stoeiden" met elkaar, wat eindigde met zoenen. Het voelde goed, maar was een eerste introductie van hun lichamelijke attractie en bracht onzekerheid. Ze hadden elkaar niet echt leren kennen. Als ze het over hun relatie hadden, dachten ze telkens weer aan de intimiteit van hun relatie. Maar hielden ze wel écht van elkaar? Als lippen elkaar geraakt hebben, zijn harten nog niet samengesmolten. Deze setting, leidt vaak tot onverstandige keuzes. God verbiedt ons bepaalde dingen omdat Hij niet wil dat we in ons huwelijk last hebben van pijnlijke herinneringen en schuldgevoel.

4. Door uitgaan wordt een "koppel" afgesneden van andere relaties.
Als we toelaten dat één relatie, de anderen overwoekert, verliezen we perspectief. In Spreuken 15:22 staat: "Plannen mislukken bij een gebrek aan overleg, maar door de veelheid van raadgevers komt iets tot stand." De overdreven attentie, zoals in zulke relaties voorkomt, isoleert hen vaak van familieleden, die hun het beste kennen, van vrienden die hen liefhebben en droevig genoeg, meestal ook van God. Sommigen "klitten" zo aan elkaar dat zij zichzelf en die ander mogelijkheden ontzeggen, alleen omdat ze geen moment zonder elkaar kunnen zijn. Ontwikkeling van je karakter en talenten en het opdoen van ervaring is nodig om succes te hebben in het leven.

5. Uitgaan creëert een kunstmatige manier voor het beoordelen van iemands karakter.
Als je bij korfbal de korf verlaagt, kun je een hele goede korfbalspeler lijken. Maar zodra het weer op de normale hoogte wordt gezet, kun je het net zo slecht als voor die tijd. Zo is het ook met uitgaan. Het is een kunstmatig milieu waardoor je een persoon niet echt leert kennen. Hij heeft een mooie auto; zij ziet er goed uit. Zo kun je "plezier" hebben, maar het zegt niks over iemands ware karakter of de mogelijkheid een goede partner te zijn. Wat hier nodig is, is een dosis objectieve realiteit! Het is beter elkaar te leren kennen in het dagelijks leven bij familie en vrienden, tijdens het werk en andere activiteiten en vraag bovenal God om raad die de toekomst kent en weet wie het beste bij elkaar passen.

Verliefd op verliefdheid
Je kunt verliefdheid met bijna niets anders vergelijken. Het zijn duizend onbeschrijflijke momenten en nerveuze energie gaat door je lichaam heen als je denkt aan die speciale persoon. Eten, slapen en verstandelijk denken, komen meestal op de achtergrond. Echte liefde is iets moois, maar wat weten wij er eigenlijk van? We kunnen aan een romance beginnen met alle hartstocht van Romeo, maar in Gods school van ware liefde, zijn we nog vaak in de peuterklas. Romance is maar een klein onderdeel van ware liefde. God wil ons inzicht verdiepen; we hebben te lang in de zandbak gespeeld, Hij wil ons meenemen naar het strand.

Waarom Paulus juist aan de Korinthiërs schreef over liefde
Paulus' taak om over Gods liefde te schrijven aan de Korinthiërs, zou in onze tijd hetzelfde zijn als een brief schrijven naar Hollywood over familie, waarden en normen. "De Korinthiër spelen" betekende dat je je overgaf aan seks. Ook in onze tijd schreeuwt sensualiteit en overdreven seksualiteit ons toe op iedere straathoek. Liefde is seks, seks is plezier en plezier is 't enige wat uitmaakt. In die omstandigheden schreef Paulus het beroemde hoofdstuk over de liefde. "De liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen. Zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe. Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blijde met de waarheid. Alles bedekt zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij. De liefde vergaat nimmermeer." (1 Kor. 13:4-8).

Ware liefde
Ware liefde is een principe, geheel verschilend in karakter van die liefde die door een opwelling ontstaat en die plotseling afsterft wanneer ze zwaar getoetst wordt. Ware liefde is geen sterke, vurige, onstuimige hartstocht. Integendeel, zij is rustig en diep van aard. Zij kijkt niet naar uiterlijkheden en wordt alleen door kwaliteiten aangetrokken. Zij is verstandig en kan de zaken juist beoordelen en haar toewijding is echt en duurzaam. Degenen die door ware liefde gedreven worden zijn niet onredelijk noch blind. Zij zullen raad inwinnen van (godvrezende) ouders en mensen met ervaring en zullen zorgvuldig de kwestie van beide kanten overwegen. Bovenal zal een oprechte christen zijn plannen in deze richting nooit voortzetten zonder de wetenschap dat God zijn plannen goedkeurt. (Spreuken 12:15).

"Liefde" opzoeken in Gods woordenboek
Filippenzen 1:9,10 "En dit bid ik, dat uw liefde nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid, om te onderscheiden, waarop het aankomt. Dan zult gij rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus." "Rein en zonder smet" betekent niet alleen dat je seksueel rein bent, maar dat je dat ook bent in je motivaties, gedachten en gevoelens. Niet voor niets adviseerde God: "al wat waardig, rechtvaardig en rein is, deugd heet en lof verdient, bedenkt dat." (Fil. 4:8). En denk eens aan wat we lezen, horen en zien of het spreken van dubbelzinnige taal? Meiden, helpen wij de jongens om reine gedachten te houden of zijn wij meer verleidsters voor hen door uitdagende kleding en ons gedrag? Maken wij misbruik van elkaars gevoelens door geschenken te accepteren, terwijl je niets voor de ander voelt? Zelfzucht kiest alleen voor datgene wat goed voelt, niet voor het welzijn van de ander. Waar jij je zintuigen aan blootstelt, beïnvloed je gedachten en gedachten gaan vooraf aan daden. Daden vormen je karakter en je karakter vormt je bestemming.

Vragen en principes
* Is hij/zij gelovig? Kan ik de aanspraken van mijn Schepper als prioriteit behouden? De Bijbel verbiedt huwelijken tussen gelovigen en ongelovigen. "Want wat heeft de duisternis met het licht gemeen?" (2 Kor. 6:14,15). Velen redeneren dat het toch positief kan zijn, omdat zij de andere voor de waarheid kunnen winnen. Maar in 1 Kor. 7:16 wordt de vraag gesteld: "Hoe kunt gij weten, vrouw, dat gij uw man zult redden? Of hoe kunt gij weten, man, dat gij uw vrouw zult redden?" In de praktijk werkt het meestal niet.
* Zal deze vereniging wederzijds onze liefde en bruikbaarheid voor God vergroten?
* Is de liefde die hij/zij uitdrukt ware liefde of alleen sentimentele rommel en is hij/zij mijn liefde waard?
* Is hij/zij iemand met een hoge moraal? In een tijd waarin zoveel misbruik is binnen families is dit een belangrijke vraag.
* Hebben we dezelfde doelen in het leven?
* Hebben wij een verheffende, positieve invloed op elkaar en kunnen wij elkaar gelukkig maken?
* Is hij/zij geschikt om zijn/haar deel van de lasten van het leven te dragen?
* Hoe gaat hij/zij om met zijn/haar ouders? Houdt hij/zij rekening met hun wensen?
* Zal hij/zij geduld hebben met mijn fouten of kritisch en veeleisend zijn?
* Zal hij/zij haar eigen identiteit kunnen behouden?
* "Mannen heb je vrouw lief, zoals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft." (Efe. 5:25). Hou je zoveel van haar dat je je leven voor haar zou geven?
* Een kennis van huishoudelijke plichten en de verantwoordelijkheden die daarbij komen kijken, is voor beiden belangrijk.
Hoe het niet moet
* Een relatie zo belangrijk als het huwelijk en zo verstrekkend in de gevolgen, moet niet haastig worden aangegaan, zonder voldoende voorbereiding en voordat de geestelijke en lichamelijke krachten goed ontwikkeld zijn.
* Een levenspartner is van wezenlijk belang voor je eigen geluk en het geluk van je ouders. Een wijze zoon of dochter zal de raad van zijn/haar ouders hoog schatten en respecteren. Veel toekomstige hartenpijn zou je op die manier bespaard kunnen blijven.
* Ga niet stiekem te werk. Een jongeman die buiten medeweten van de ouders te werk gaat, gedraagt zich onchristelijk. Zo kan hij weliswaar de gedachten van het onervaren meisje manipuleren, maar laat daarmee zien dat hij haar liefde niet waard is. Zo iemand noemt de Bijbel een dief. (Joh. 10:1). De Bijbel veroordeelt iedere soort van oneerlijkheid en eist het doen van het recht onder alle omstandigheden.
* En tenslotte: Ga nooit een relatie aan uit medelijden, dit is een armzalige motivatie.
Vraag God om inzicht door het gebed
"Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan wat de wil des Heren is." (Efe. 5:17). "En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene." (Rom. 12:1). Als wij vastbesloten zijn om niets te doen wat tegen God ingaat zal Hij ons persoonlijk Zijn verborgenheden bekend maken.

Is het verstandig om een teken te vragen?
Jezus trad satan tegemoet met de woorden: "Er staat geschreven." (Matt. 4:4). Satan eiste van Christus een wonder als teken van Zijn goddelijkheid. Maar had Hij dat gedaan, dan had Hij satan als autoriteit erkend. Jezus volgde altijd de wil van Zijn Vader. Groter dan alle wonderen en een teken dat niet kon worden weerlegd, was een "zo zegt de Heer." In een aantal gevallen geeft God ook een teken als bevestiging, maar dit gaat nooit tegen het Woord van God in. Indrukken en gevoelens zijn geen duidelijke bewijzen dat iemand door de Heer wordt geleid.

God spreekt door een zuiver geweten
"Het geweten is de stem van God." "Als we écht een christelijk leven willen leiden, dient het geweten steeds te worden gescherpt door contact met Gods Woord." "We moeten weerstand bieden aan onze neigingen en ze overwinnen. Zonder discussies of compromissen dienen we de stem van het geweten te volgen, zodat diens ingevingen niet ophouden en we door onze eigen wil en opwellingen worden beheerst."

Sommigen zijn arrogant
"Zowel geloof als arrogantie maken aanspraak op Gods beloften, maar de één brengt gehoorzaamheid en de ander gebruikt ze, net als satan heeft gedaan, om overtredingen te verontschuldigen. Dat zogenaamde geloof in Christus, dat voorgeeft de mens te verlossen van de plicht tot gehoorzaamheid aan God, is geen geloof, maar een blijk van arrogantie. We kunnen niet op onbezonnen wijze aanspraak maken op Gods beloften, terwijl we ons roekeloos in gevaar begeven." (Matt. 4:7).
"Bileam zocht niet Gods wil, maar ging zijn eigen weg. Toch probeerde hij Gods goedkeuring te krijgen. Ook nu zijn er nog duizenden die een soortgelijke weg bewandelen. Ze zouden geen enkele moeite hebben om te begrijpen wat hun plicht is, wanneer deze in overeenstemming was met hun wensen. Het wordt hun duidelijk voor ogen gehouden in de Bijbel, of onmiskenbaar door omstandigheden en het verstand aangegeven. Maar omdat deze bewijzen met hun wensen en verlangens botsen, schuiven zij ze dikwijls terzijde, en durven dan God zelfs nog te vragen wat ze moeten doen."

Een gebed van een meisje op haar trouwdag
"Lieve God, ik kan haast niet geloven dat dit mijn trouwdag is. Ik weet, dat ik de laatste tijd niet in staat was veel tijd met U te delen, met alle drukte van de voorbereiding voor deze dag - en het spijt mij. Ik voel me toch ook een beetje schuldig wanneer ik hierover bid, omdat Mark nog steeds geen christen is. Maar, oh Vader, ik hou zoveel van hem. Ik kan toch niet anders? Ik kon hem gewoon niet opgeven. Oh, U moet hem redden, op de één of andere manier. U weet hoeveel ik voor hem gebeden heb en hoe we samen over het evangelie hebben gesproken. Ik heb geprobeerd niet té religieus te lijken, dat is waar, maar dat is alleen omdat ik hem niet wilde afschrikken. Maar hij is er niet tegen en is al een aantal keren meegegaan naar de kerk. En ik begrijp niet, waarom hij het nog niet heeft aangenomen. O, was hij maar een christen. Lieve Vader, zegent u alstublieft ons huwleijk. Ik wil U niet ongehoorzaam zijn, maar ik hou toch van hem en wil graag zijn vrouw worden. Dus wilt U bij ons zijn en bederf alstublieft mijn trouwdag niet. Amen."
Wat voor excuses zullen we hebben als God ons rekenschap vraagt van onze daden en houding in relaties. Als Hij zelfs een musje ziet vallen (Matt. 10:29) zou Hij dan de gebroken harten en geschramde gevoelens overzien?

The thing to do? Terug

Onafhankelijkheid. Dat is wat de meeste jeugd van tegenwoordig wil. Maar hebben we dat wel echt? Oké, je vader en moeder bepalen niet van alles voor je, ze laten je gaan waar je wilt, doen wat je wilt en zijn bij wie je wilt. Dat is onafhankelijk zijn van vader en moeder, maar als je “uit het nest vliegt,” naar wie ga je dan? Wie vertrouw je? Wie beïnvloed je ideeën en handelwijze? Eén ding is zeker. We zijn niet onafhankelijk. We denken wel dat we dat zijn, maar wie en wat bepaald onze handelwijze en keuzes? Denk er eens over na. Worden je keuzes niet sterk beïnvloed door wat anderen denken of zeggen? Vaders en moeders zijn “eruit” maar wie zijn “erin”? Mode, muziek, vrienden, sport, auto’s, tijdschriften, televisie, talk-shows en films in de bioscoop. We denken graag dat we onafhankelijk zijn, maar onze onafhankelijkheid wordt juist gevormd door deze afhankelijkheden.
Ja, deze generatie wil zichzelf als onafhankelijk beschouwen, maar onafhankelijk van wat?
Misschien onafhankelijk van vader en moeder, maar niet van de wereld. Laten we eens kijken naar de feiten. Als er een nieuwe mode komt, worden de kledingzaken overstelpt en mensen ruimen hun garderobe op en vinden dan uit dat ze een aantal kleren al maanden of jaren niet gedragen hebben. Als er nieuwe muziek “in” is, luistert iedereen er ineens naar. (en jij moet er natuurlijk ook van weten). Als er een nieuwe film is, gaat iedereen kijken. Als er een nieuwe deodorant te koop is, worden de winkels overvallen door koop-grage jongelui. Ja, het is waar dat smaken verschillen, maar de meeste groepen jongeren horen wel bij één van de categoriën. Er is daar iets wat hen aantrekt en ze laten zich vormen door een bepaalde groep in de samenleving. OP straat zie je vaak een groepje jongelui “rondhangen”, ze gaan samen naar bepaalde plaatsen en zo. Heb je hen weleens gevraagd, “Waarom gaan jullie daarheen?” “Waarom doe je die dingen die je doet?” De meesten van hen kunnen daar geen fatsoenlijk antwoord op geven. Velen zeggen dan: “Weet ik veel”, “Ik weet niks beters te doen” OF “Iedereen doet het.”
Is dat ook jou antwoord? Waarom ga je naar de bioscoop? Waarom drink je? Waarom rook je? Waarom ga je naar parties? Waarom dans je? Waarom ga je kleren kopen terwijl je garderobe volhangt? Waarom zit je daar televisie te kijken terwijl het je eigenlijk maar half interesseert? Is dat echt omdat er niks beters te doen is? ECHT? Is het ECHT omdat ieder ander het doet? Echt waar? Dit zijn zwakke excuses. Met al de energie die je hebt, wat doe je ermee?
“O, gewoon de massa volgen.” Nu, ik weet dat je zegt, “wacht eens even, dat is niet allemaal waar.” Wees niet zo zeker. De meesten van ons doen wat we doen omdat iederen het doet. We willen niet gezien worden als “anders”. Is dat niet de houding van mensen tegenwoordig? Als iedereen het doet moet het wel goed zijn, dan moet het wel “the thing to do” zijn. Als alle anderen de oudere generatie negeren en onafhankelijk handelen is dat “The thing to do”. Zie je, dit is geen ware onafhankelijkheid, want we volgen nog steeds GENERATIE X. We doen nog steeds wat de massa doet. Heb je het weleens gezien op school? Er komt een nieuwe student binnen. Een heel COOL figuur. Je merkt dat hij ander soort woorden en uitdrukkingen gebruikt. Maar hij is standvastig en wint het met zijn uitdrukkingen en mensen mogen hem graag. Dus beginnen ze dezelfde woorden te zeggen. Voor je het weet nemen de jongere kinderen het ook over en dan zeggen velen intussen hetzelfde als deze nieuwe student. Waarom? Ieder ander doet het. Het is “the thing to do”. Druk van de samenleving. Het kan komen van je vrienden (groepsdruk) of van je leraren, de televisie, muziek, of de mode (meerderheidsdruk). Je kunt onder druk staan van je ouders of van andere dingen. Als we de feiten onder ogen zien, moeten we accepteren dat de meesten van ons “onder druk” leven. Helemaal niet onafhankelijk, maar juist héél afhankelijk van hoe de samenleving over ons denkt en daardoor ons vormt en maakt.
Wil je echt onafhankelijk zijn? Er is maar één manier om echt onafhankelijk te zijn en dat is door afhankelijk te worden van de levende God. Prediker 1:9 “Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden: Er is niets nieuws onder de zon.”
Wat je ook doet, je bent of afhankelijk van mensen óf van God. Noach was werkelijk onafhankelijk. Terwijl de wereld hem uitlachte voor het bouwen van een groot schip op het droge, deed hij precies wat God zei. Wat was het resultaat? Noach en zijn familie overleefden en de rest van de mensen verdronken bij de zondvloed omdat ze God uitlachten. Wie was er onafhankelijk? Lot was ook onafhankelijk. Terwijl de inwoners van Sodom en Gomorra Lot uitlachten omdat hij God gehoorzaamde en zij verder gingen met hun parties, nachtclubs, hoererij, homosexsualiteit, drinken en drugs; verliet Lot Sodom en Gomorra. Een paar uur later werd Sodom en Gomorra in as veranderd door vuur wat God uit de hemel liet neerdalen. Wie was er onafhankelijk?

2 Petrus 3:3-9 zegt: “Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wanderen, en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zó, als het van het begin der schepping af geweest is. Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde, die uit en door het water bestaat, waardoor de toenmalige wereld is vergaan, verzwolgen door het water.
Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen. Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.”

Dus, wie zal werkelijk onafhankelijk zijn? Wie is nú werkelijk onafhankelijk? Terwijl zovelen hun leven leiden afhankelijk van hun dagelijkse sleur en in een kooi geschoven, die gedragen wordt door de duivel op een eenrichtingsweg naar misère en angst voor de eeuwige dood, zijn er maar weinigen die werkelijk onafhankelijk zijn en vrij van de invloed van de maatschappij. VRIJ. Daar gaat het om. Vrij zijn.
En er is maar één manier om vrij te zijn. Romeinen 6:6 “Dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn. Romeinen 8:2 “Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet der zonde en des doods.”
Vrijheid of onafhankelijkheid, krijg je als zonde je niet langer beheerst. Heb je weleens iets gedaan, waarvan je wenste dat je het niet hand gedaan; zoals schreeuwen tegen je vrienden of ouders etc.? En je probeert te stoppen, maar hoe meer je het probeert, hoe moeilijker het wordt? Je probeert het te vergeten, maar de zaken worden gewoon niet beter? Wat ga je doen? Mensen proberen allerlei dingen om vriendelijk en aardig te zijn, maar God zegt: Jeremia 13:23 “Kan een Ethiopiër zijn huid veranderen, of een panter zijn vlekken? Dan zoudt gij ook in staat zijn goed te doen, gij, die gewend zijt kwaad te doen.” Heb je gemerkt dat hoe meer je het probeert hoe moeilijker het wordt om het goede te doen? Ik heb veel manieren geprobeerd, maar er is er maar één die werkt. WARE ONAFHANKELIJKHEID, onafhankelijkheid van zonde. Dus geef het op om het in je eigen kracht te proberen. Kom naar Christus zoals je bent en vraag Hem je te helpen. Hij heeft nog nooit iemand in de steek gelaten. Nooit. Ieder die ooit tot God kwam om hulp, heeft uitgevonden dat Hij Zijn woord houdt en nooit faalt.

Johannes 6:37 “Alles wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.
2 Petrus 3:9 “De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.”

Denk je dat je een “good time” zal missen als je je leven verandert?
1 Korinthiërs 2:9 “Maar gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen al wat God heeft bereid voor degenen die Hem liefhebben.”

© 2012 DE ARK. All Rights Reserved